Gestalten van Karmelspiritualiteit



Elia | Israel (872 - 853 v. Chr.)

De profeet Elia leefde in het noorden van Israel in de tijd van koning Achab (872 – 853 v.Chr) en zijn gemalin Izebel, een prinses uit Sidon. Het was wat de godsdienst betreft een roerige tijd: koningin Izebel vereerde Baäl en Asjera en de koning bouwde heiligdommen voor hen.

Elia zette zich volledig in voor het monotheïsme: er is één God, de God van Israël. In de Bijbel vinden we in het bijbelboek 1 Koningen verhalen over Elia: hoe hij in de eenzaamheid gevoed wordt door vogels, het symbool van boodschappers van de goden; over het wonder van het kruikje olie en de pot meel die niet leeg raakten tijdens een hongersnood; hoe God op aandringen van Elia een jongen uit de doden opwekte, hoe Elia het verwoeste altaar van de Heer weer opbouwde en door de kracht van zijn gebed het offer in brand raakte; hoe hij op de vlucht sloeg voor de koning en onderweg de moed verloor.

Maar de kerntekst van de Karmelieten vinden we in 1 Koningen 19 vanaf vers 8 (NBV). Elia gaat naar door de woenstijn naar de Horeb kwam, de berg van God. Daar spreekt God tot Elia, en Elia beklaagt zich erover dat hij ondanks zijn volledige inzet als enige is overgebleven. Dan komt God voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten.


Maria

Maria liet zich raken door de onverwachte vraag Gods Zoon te ontvangen. Met haar ja-woord  mij geschiede naar uw woord liet zij zichzelf helemaal los en kon zij verder groeien in totale zelfgave en beschikbaarheid. Uit haar lofzang komen de woorden Nu mag ik mij voortaan gelukkig prijzen omdat Hij grote dingen aan mij deed.
In de karmel wordt zij flos carmeli genoemd, bloem van de karmel. Bij het ontstaan van de orde hebben de broeders zich onder haar bescherming geplaatst, en zo is het tot op de dag van vandaag. Maria blijft door de eeuwen heen inspireren tot een leven in ontvankelijkheid: zó leven dat God uit ons geboren kan worden, menselijk en zichtbaar.


Karmelitaanse mystici



Teresa van Avila | Karmelites (Spanje 1515 - 1582)

‘Naar ik meen is bidden niets anders dan omgaan met een vriend: je weet je door hem bemind, je bent vaak met hem alleen’. (Boek van mijn leven 8,5)

Zo eenvoudig typeert Teresa het gaan van een innerlijke weg. Zo heeft zij ook zelf haar weg mogen ontdekken, maar doorheen een jarenlange moeizame zoektocht.
Zij wil niet anders meer dan ook voor anderen deze weg ontsluiten. Daarom beschrijft Teresa in een aantal mystieke geschriften over Gods inwerking in ons leven. En samen met Jan van het Kruis brengt ze een hervorming van het Karmelitaanse kloosterleven op gang.
Over de eeuwen heen spreekt Teresa ook ons aan met haar directe en warme taal. Laat je leiden door de liefde en door je verlangen naar Gods aanwezigheid in je leven – meer is niet nodig voor een biddend leven dat vruchtbaar wordt in je doen en laten van alledag.


Jan van het Kruis | Karmeliet (Spanje 1542 - 1591)

Jan van het Kruis wordt geboren te Fontiveros in Spanje. Als hij 21 jaar oud is, treedt hij in bij de Karmelieten en gaat hij studeren aan de universiteit van Salamanca. Dan ontmoet hij Teresa van Avila. Zij is een hervormingsbeweging begonnen bij de Karmelietessen. Samen met Teresa wil Jan zich richten naar de oudste traditie van de Karmel: het schouwen van Gods liefdevolle werking in het concrete leven. Maar hun hervorming geeft ook spanningen binnen de orde. Jan wordt gevangen gezet. Na negen maanden ontsnapt hij. Hij heeft enkele zangen bij zich die iets verwoorden van zijn ervaring van vereniging met God.

O nacht, die gidste, jij!
O nacht, beminlijker dan het ochtendgloren!
O nacht, jij hebt verbonden
beminde met beminde
beminde in de beminde omgevormd.
(Donkere Nacht, strofe 5)

Op verzoek schrijft hij op deze zangen een aantal commentaren: Bestijging van de Berg Karmel, Donkere Nacht, Geestelijk Hooglied, en Vlam van Liefde Levend. Zij zijn erop gericht om in de lezers te wekken waarover zij gaan: de vereniging in liefde van God en iedere mens.


Thérèse van Lisieux | Frankrijk (1873 - 1877)

’Gebed is een opwelling van het hart, een eenvoudige blik naar de hemel, een kreet van dankbaarheid en liefde midden in een beproeving of bij vreugde.’ Thérèse werd geboren op 2 januari 1873 als Marie Françoise Thérèse Martin. Al heel jong heeft Thérèse besloten dat zij het klooster in wil. Als ze veertien jaar oud is, gaat ze zelfs met haar vader naar Rome om de paus te vragen of ze al mag intreden. Ze is namelijk nog veel te jong. De paus laat de beslissing over aan de bisschop. Als Thérèse 15 jaar oud is, krijgt ze haar zin. Ze treedt in in de Karmel van Lisieux.
Op 20 oktober 1898 verschijnt een boek met haar drie grote geschriften onder de titel Geschiedenis van een Ziel. Zij beschrijft daarin haar ‘kleine weg’. De kleine weg van Thérèse is vooral een weg van de liefde, een weg van overgave. In de teksten van Thérèse zien we steeds de beweging van ‘bewogen worden’ en niet van zelf bewegen.

Titus Brandsma | Karmeliet (Nederland 1881 - 1942)

Titus Brandsma was een profeet die in navolging van zijn voorbeeld Elia het toevlucht zoeken tot valse goden aan de kaak heeft gesteld.
Titus Brandsma was een voorvechter van de vrije meningsuiting die vanwege het opkomen hiervoor door de nazi’s is gevangengenomen en omgekomen in Dachau.
Titus Brandsma was een karmeliet die evenals Elia in zijn leven een bewonderenswaardige vereniging van het contemplatieve en actieve leven tot stand heeft weten te brengen.
Titus Brandsma was een hoogleraar die aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen de basis heeft gelegd voor de studie van de spiritualiteit.
Titus Brandsma heeft als een broeder van de Orde van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel een mariaal leven geleid: ‘laat het maar geschieden, zoals Jij het wilt’.
Titus Brandsma heeft in alle omstandigheden de nabijheid van God ervaren waardoor hij ook steeds dienstbaar was voor zijn medemens en goedheid en blijmoedigheid uitstraalde naar zijn omgeving.
Titus Brandsma was een ècht mens om van te houden en is iemand met wie je je ook in deze tijd kunt identificeren.
Titus Brandsmais een Karmelheilige.