Ontstaansgeschiedenis

De Karmelorde is in het begin van de 13e eeuw ontstaan op de berg Karmel in het noorden van Israel. Hier verbleven kluizenaars (eremieten) om in stilte en eenzaamheid God te schouwen. Gaandeweg ontwikkelden deze eremieten een eigen leefwijze. Rond 1208 vroegen zij aan patriarch Albertus van Jeruzalem om bevestiging van hun leefwijze. Zij kregen een leefregel in de vorm van een korte brief: de Karmelregel.

De berg Karmel was van oudsher een heilige plaats, verbonden met twee grote bijbelse figuren: Elia en Maria. Leden van de Karmelorde willen zoals de profeet Elia 'staan voor Zijn Gelaat' en zoals de Moeder Gods Maria het Mysterie van alle leven bewaren. Gerechtigheid en contemplatie zijn daarom belangrijke elementen van het karmelitaanse charisma.

Hernieuwde studie en lezing van de Karmelregel brachten herbronning teweeg. De Karmel met haar rijke traditie is ook voor leken een leidraad voor hun spirituele zoektocht. Er groeide nieuwe behoefte aan een eigen vorm voor leken: op 7 oktober 1995 werd Karmelbeweging opgericht. De oprichting en erkenning, maar vooral het leven zelf als 'lekenkarmelieten' hebben een groeiend bewustzijn van eigen identiteit en plaats binnen de Familia Carmelitana gebracht.